All is quiet on Newyear’s Day

blog-20

Ik had mijn eindejaarsblog van gister nog maar net online op de digitale snelweg gegooid of we hadden een live versie van een never a dull moment gebeuren. Pé had namelijk nog snel bij de dierenwinkel een (anders dan wat hij normaal koopt) kauwbot voor Guus gehaald en terwijl hij die geeft, floep ik er al uit dat het een rot-bot is. Guus kluift lekker door en net terwijl wij nog naar elkaar knipogen dat hij zo wel lekker moe wordt en we daar vanavond geen hond aan hebben, besluit dat vierpotig mormel om doodleuk dat hele stuk bot maar door te slikken. Gretig of gewoon suïcidaal? Want never nooit dat zo’n heel stuk door dat strotje past.

Hij maakt de meest enge geluiden, weet niet of hij nou moet staan of liggen, ondertussen in ademdood ademnood en uiteindelijk kiest hij voor de zijwaartse ligging waarbij hij met zijn ogen begint te draaien. Pé probeert hem te helpen maar een traumahondje in paniek gaat, zelfs stikkend, toch gelijk in angst-agressie en zet zijn kaken in de vingers van Pé die dus niets anders kan doen dan machteloos toekijken terwijl ondertussen alles onder het bloed drupt. Dit is dus gewoon een hele slechte B-film scène.

Ondertussen ben ik druk met de dierenarts in overleg en terwijl wij denken dat hij het loodje gaat leggen, besluit hij voor de zoveelste keer dat het gewoon nog niet zijn tijd is en hij waarschijnlijk ooit (nu nog niet) rustig in wil slapen dan stikkend aan zijn einde wil komen. Hij is helemaal wappie maar weet toch de baas te worden van dat rot-bot en ademt weer. We komen even bij en ondertussen heb ik weer overleg met de dierenarts die alle scenario’s voorlegt. Zorgen dat hij het bot uitspuugt, is geen optie want kans op schade aan slokdarm. Foto maken kan nu ook nog niet dus is het een paar dagen afwachten wat dat monster in zijn maagje gaat doen.

Wij gaan uit van de beste versie dat die maag keihard gaat werken en de sapfabriek aan het werk zet zodat het bot van lieverlee oplost. De slechte versie is dat het bot in de darmen gaat klieren en er dus niet op natuurlijke weg uit kan, wat een operatie betekent. Wie de geschiedenis van Guus kent, weet dat dit eigenlijk geen optie is want zoveel stress kan hij waarschijnlijk niet aan en willen we hem dus ook niet aan doen. Duimen dus!

Ik belde nog even met de huisartsenpost of Pé nog een tetanusprik moest halen, kreeg ik de vraag of het flink gebloed had. Ik keek eens op de bank, grond en kleren van Pé. Eh … ja dus, dan moest hij gelijk langskomen voor een antibioticakuur en een prik. Er zijn rustigere manieren om het oudjaar uit te luiden, gewoon iets met oliebollen en champagne ofzo. Om 0.00 uur zitten we allebei totaal van de leg op de bank met Guus heel dicht tegen me aan.

Vanochtend ging ik er vroeg uit en eerste check is toch of Guus nog levend in zijn mand ligt om hem bij Pé te laten om met een stel lieverds een fijn bosrondje te gaan lopen. Thuisgekomen een app van jongste of ik zijn werkkleren klaar wil leggen want hij mag vanavond weer voor keukenhulp spelen. Ik zoek zijn shirt en dat wil gewoon niet gevonden worden, logisch met RIP curl als merk. Ik ren als een zotje door het huis op zoek naar dat shirt wat uiteindelijk gewoon op het wasrekje hing wat ik al tig keer doorzocht had (terwijl er nog geen 10 dingen op hingen). Dat is gewoon even de druppel! Ik voel mijn toch al te lang te strak gespannen elastiekje letterlijk knappen.

Ik kan als kleine snotneus mijn sibling vinden die voorover van zijn fietsje is gevallen en in coma op straat ligt en haal hulp, ik bel gelijk 112 als ik tijdens een rondje-hondje zie dat er een tankwagen stil valt op het spoor wetende dat er over een paar minuten een intercity van rechts komt, ik rij met jongste in maxi-cosi naar het ziekenhuis omdat dat sneller is dan wachten op de ambulance terwijl hij blauw aangelopen in een astma-aanval zit, krijgt een patiënt bij mijn vorige werkgever een zwaar epileptische aanval waarvan mijn collega’s in paniek raken, trek ik een arts uit zijn spreekkamer en volg vervolgens zijn instructies op wat ik aan 112 moet doorgeven en als oudste doodziek dankzij Mr. Bean naar het ziekenhuis moet, hou ik ook nog mijn hoofd koel als ik hiervoor vervoer moet regelen omdat huisarts zich verontschuldigt hiervoor geen ambulance te mogen bellen (overigens dankzij verkeerde eerste diagnose die ernstig maar niet levensbedreigend leek).

Ik blijf kalm, regel wat nodig is en zorg voor alles en iedereen puur vanuit soort natuurlijk (overleef)instinct. Maar zet mij bij een traumahondje dat je niet kan of mag helpen omdat hij bij dit soort dingen volledig in zijn angst-agressie schiet en je hebt mij in totale paniek. Ik kan gewoon niet tegen het geluid van een angstig piepende, jankende hond in doodsnood en blokkeer volledig. Kan niet meer denken, niet meer handelen, gewoon niks. Gek toch dat je in mensensituaties geheel automatisch op fight gaat en bij hondendingen in standje freeze schiet …

Lynn logt het jaar uit

blog-19

Een half jaar geleden sloot ik definitief een deur en verhuisde in blogland een paar straten verderop met het idee weer vol energie op mijn schrijfstoeltje te zitten en nog net niet aan de lopende band weer blogjes online te zetten. We kunnen wel stellen dat ‘m dat niet geworden is. Toch heb ik de afgelopen zes jaar zo op het eind van het jaar altijd nog een blogje getikt en laat ik dat dit daar ook gewoon maar eens doen. Ga ik heel uitgebreid terugkijken op 2016? Eh nee, niet echt want ik kijk liever waar ik nu sta en af en toe heel voorzichtig een beetje vooruit dan dat ik achteruit kijk. Het jaar was in ieder geval allesbehalve saai maar ook dat schijnt inmiddels zo’n beetje standaard bij ons te zijn.

Oudste, de dame die niet alleen zichzelf maar zo’n beetje de hele wereld weet te verbazen, is sinds haar verhuizing naar een superleuk appartementje van mening dat ze twee huizen heeft en ach, dat laten we maar even zo. Allang blij dat het gaat zoals het nu gaat, wetende van hoe ver ze komt. Jongste is een ander verhaal. Inmiddels hebben we een abonnement bij de neuroloog, een fantastisch mens die snapt hoe puberbreinen werken, ook als het neurologisch nou niet echt wil. Het skippen van toekomstplannen en inruilen voor toekomstzorgen, maar jongste en ik leerden om vooral maar niet te ver vooruit te kijken. Behalve dan als het om het scoren van concertkaartjes gaat :), want dat zijn dingen om naar uit te kijken en hoe hij zo’n dag dan door komt, zien we dan wel weer.

Misschien wel mijn allerbelangrijkste les uit 2016! Van het scenariodenken naar in het nu proberen te blijven want sommige dingen heb je gewoon niet in de hand en ik put mezelf alleen maar uit met dat gemaal in dat hoofdkantoor van me. Net na de zomer had ik nog een belachelijke eigenwijze uitspatting maar daarna ging ik vooral maar eens echt naar mezelf luisteren en leerde ik doelloos in beweging te blijven. Alles met betrekking tot snelheid, afstand en meer-meer-meer en altijd die lat hoger willen leggen overboord gooien en gewoon genieten van een loopje met nieuwe loop- en ademhalingstechniek. Ik heb nog nooit zo lekker (en dus héél langzaam) gelopen.

Naar mezelf luisteren, ervaren, voelen … noem het zoals je wil, geweldig mooi maar af en toe ook lekker confronterend proces. Zo kan het zomaar zijn dat je spontaan als reserveband van een auto uit de kofferbak wordt gehaald en even mee mag rijden, maar onverwacht net zo hard weer een zetje krijgt en na uitgerold te zijn een aan-de-kant-band bent. Terwijl ik daar aan de kant van de weg lag, observeerde ik het even en kwam tot de conclusie dat het absoluut nog steeds een heel leuk autootje is maar dat ik gewoon net een andere rijstijl heb op het echte zoab. En er dan, dichterbij dan ik dacht, autootjes in het parkeervak stonden met de deur zelfs al open. Je moet het alleen wel even zien hè!

Nadat ik een 12,5 jarig jubileum vierde had als leeuwin die voor haar inmiddels best al groot gegroeide welpjes vocht en nog altijd moet vecht (maar wat zijn ze leuk geworden), besloot ik dat ook, weliswaar met iets andere aanpak, op werkgebied te doen. Ik doe al jaren een kunstje zo goed dat de directeur er slapeloze nachten van had toen ik echt voor de allerlaatste keer vertelde dat ik van dat kunstje niet meer blij werd en ik een andere route gekozen had die gekoppeld is aan de opleiding die ik volg. Paniek in de tent maar inmiddels hebben we (voorlopig dan toch) een compromis.

En dan kan het snel gaan: op verzoek van collega die me heel graag bij haar in het team wil, dook ik onbevangen in een gesprek. Benoemen dat dit een goed gesprek was, dekt de lading niet; cliënt met zeer progressieve ziekte, wat is daar goed aan? Maar hij ging met grote glimlach de deur uit en gisteren het verzoek vanuit zijn werkgever of ik een traject met hem wil ingaan omdat hij inmiddels alle vertrouwen in de hulpverlening die hij nu heeft verloren heeft, maar na mijn gesprek weer lichtpuntjes zag.

Geloof me, die kwam binnen! Als het mij lukt door vooral te luisteren, te praten of gewoon door ik te zijn, een lichtpuntje kan zijn voor hem of wie dan ook, dan is de “strijd” met mijn directeur niet voor niets geweest, heb ik de juiste keuze gemaakt qua opleiding en ben ik vooral blij dat ik naar mezelf, daar in dat stukje onder mijn middenrif, ben blijven luisteren en geloven. Kan ik gelijk mijn blog afronden want het is wat met die lichtpuntjes; soms struikel je erover en zie je ze nog niet en soms zijn ze zo hartverwarmend aanwezig dat je ze wel moet zien. Dat is wat ik iedereen die vandaag, morgen of wanneer dan ook dit blogje leest, zo ontzettend gun; heel veel fijne en lieve lichtpuntjes voor als je ze even nodig hebt. Maak er een mooie jaarwisseling van!

By choosing to be our most authentic & loving self, we leave a trail of magic everywhere we go

d5212892547d8bc90a86d0ecca60426f

Mindful Run

blog-18

En na mijn obstakel-geren van zondag had ik een clinic in mijn agenda staan. Gevalletje hele slechte timing! Maar het was in mijn stad, in mijn favoriete stuk van de stad zelfs, en waggelend of niet, ik besloot toch gewoon aan die clinic mee te gaan doen. Sterker nog, geen haar op die krullenbol die er aan dacht om thuis te blijven. Eigenwijs ja, maar met reden!

Ik maak samen met Pé inmiddels behoorlijk wat wandelkilometers waardoor gelijk ook alle laatjes van mijn hoofdkantoor opgeruimd worden en vooraf hebben we ongeveer een route in ons hoofd maar we lopen nooit omdat we persé een bepaalde afstand willen halen of een rondje binnen een bepaalde tijd. We gaan lopen, lunchen ergens onderweg, genieten vooral en we zien wel.

Dokter Yes vindt het belangrijk dat ik in beweging blijf omdat ik nog altijd in een (wat mij betreft te lang durend) herstelproces zit, maar dit wel begrens; dat ik tijdens die hindernisbaan van zondag al mijn grenzen totaal genegeerd heb, moge duidelijk zijn. Toch weer dan grenzeloze wat af en toe opduikt verdorie, met alle gevolgen van dien en we bij deze ook gelijk weer de kop in gaan drukken!

Lopen, genieten en maar zien; zo zou het eigenlijk met hardlopen ook moeten zijn. Maar daar stel ik stiekem, zoals bijna met alles in mijn leven, toch elke keer weer doelen: bepaalde afstand, bepaalde snelheid per kilometer en dat ga ik met Mindful Run proberen af te leren want hoe fijn zou het zijn als ik gewoon “doelloos en vooral begrensd” een stukje ga sjoggen (zo hard loop ik tenslotte niet) om die laatjes op orde te houden en mijn lijf een beetje in beweging hou.

Mindful Run is een combinatie van rennen en mindfulness. Met dat laatste ben ik al enige tijd onder begeleiding heel fijn bezig (je snapt zo’n uitglijer op zondag dan dus ook niet hè), dus hoe geweldig dit met bewegen samen te kunnen pakken. Vooral leren luisteren naar je eigen lichaam. Nou doe ik dat sinds een jaar of 3 al meer dan al die jaren ervoor maar soms sluipt toch dat eigenwijze negeer-monster er weer in dus altijd handig als ik daar weer bewust van word gemaakt.

Aandacht bij het hardlopen (en wat of wie ik onderweg tegenkom) en vooral genieten van het hardlopen, dat klinkt goed toch? Her en der onderweg een fijne yoga-oefening en wat theorie en da’s fijn want ik wil graag altijd het waarom weten. Daarnaast een looptechniek in combinatie met een ademhalingstechniek aangeleerd krijgen waardoor ik met met meer energie, meer bewustzijn en meer ontspanning een fijn rondje kan lopen. Da’s gewoon een cadeautje!

Ik stond nog net niet te stuiteren daar aan het randje van het bos, maar dat kan natuurlijk ook van de kou en/of spierpijn zijn geweest. En wat een ontzettend lief mens gaf die clinic, alleen daar al om was de avond geslaagd. Zij loopt dagelijks aardig wat kilometers maar niet meer omdat ze zoveel (volgens een trainingsschema) moet, maar gewoon wel ziet tot hoe ver ze komt of zin in heeft en omdraait, zelfs als ze nog veel verder kan. Lopen zolang ze ervan geniet … wauw!

En als je dan op de oprijlaan van een prachtig kasteeltje aan de rand van dat bos een oefening touwtje springen doet en weer even echt “thuis in de stad” bent en de day-after-spierpijn en ander gedoe negeert maar alleen maar aan het genieten bent, dan vallen er ondertussen ook een heleboel andere puzzelstukjes op hun plaats. Wat fijn dat dit een vervolg krijgt, nadat ik eerst even hersteltijd inplan. Dus note to myself: minder hard (vooral voor mezelf *kuch*) – meer hart!!

mindful

hindernisbaan

blog-17

Toen ik Pé vertelde dat wij, de bootcampdummies, uitgedaagd waren voor een rondje obstakels rennen, had hij het beeld voor zich van zo’n trimbaan in het bos. Je rent een rondje en doet een oefening en weer door. Dat beeld heb ik maar fijn bij hem gelaten en hem vooraf vooral geen foto’s of filmpjes laten zien van het echte werk van een obstacle run.

Als trouwe supporter (hoe lief) gingen hij en oudste zondag wel mee en op het moment dat we het terrein op komen en hij hele grote, lees … echt hele grote obstakels ziet, hoor ik het dekseltje waar zijn hersenen onder zitten gewoon kraken omdat die dingen daaronder overuren maken. Hij kijkt mij geschokt aan met zo’n wist-jij-dit-blik? Natuurlijk wist ik dit Pé, maar soms moet je jou niet gelijk alles vertellen.

De bedoeling is dat we een rondje rennen van 6 kilometer met tussendoor 20 obstakels maar dat we vooral veel lol gaan hebben. Uhhuh … en hoe stellen jullie je dat voor, vraag ik me af terwijl ik starend naar het eerste obstakel met hooibalen kijk wat zo hoog is dat ik geen idee heb hoe ik, formaat mini, daar overheen moet komen.

Terwijl ik klim, kruip, met autobanden gooi, door de waterbak ga, nog net niet omkieper in mijn kano, heb ik een gezellig gesprek met mezelf. Waarom doe ik dit? Waarom ga ik niet gewoon lekker een rondje rennen zonder al die rare acrobatische toeren? Kom op zeg Lynn, je wordt echt te oud voor dit soort onzin, lijkt toch wel mijn eindconclusie. Maar ondertussen lukt het me gewoon om 16 van de 20 obstakels mee te pakken. 4 sla ik over omdat die echt teveel zijn voor mijn rechter bovengedeelte wat standaard al hapert en protesteert … niet dat de rest geen aanslag om mijn bouwvallig lijf is hè.

We zijn uren onderweg want wij – dummies –  blijven zoals afgesproken bij elkaar en dat kost tijd. Er worden honderden foto’s gemaakt, héél veel gelachen maar ondertussen komen we toch maar mooi richting finish. Of we dan nog wel even een hindernis door het water willen nemen, samen met een zwaar munitiekistje. Sta ik daar snotverdorie tot aan mijn schouders in dat koude water!

Hup die finish over en al dat natte spul uit, ik ben er wel klaar mee. Eén blik naar mijn onderdanen zegt namelijk al genoeg want ik heb knieën die alle kleuren van de regenboog hebben, toch niet echt lekker terecht gekomen op de palletbrug. Ik heb ‘m uitgelopen, meer obstakels aangedurfd dan vooraf gedacht en eigenlijk ging dat best goed, ontzettend veel lol gehad met mijn dummieclubje, maar ook enorm mijn grens over gegaan.

Vond ik het nou WAUW of AUW? Na drie dagen weet ik dat eigenlijk nog steeds niet. Ik zie alleen maar enthousiaste appjes voorbij komen over een volgende keer (oh help, niet nog een keer). Pé vindt het geweldig dat ik dit kan, hij weet als geen ander hoe ik er drie jaar geleden aan toe was en iedereen vindt dat ik trots moet zijn op mezelf. Dat gevoel wil maar niet opkomen, waarschijnlijk omdat het gevoel alsof ik door een tractor overreden ben nog even overheerst 😉

Hoe chaotisch ben jij?

blog-16

Deze week las ik op Facebook een paar mooie, verhelderende artikelen over AD(h)D en nou is mijn blog niet de aangewezen plek om daar ook iets interessants of wetenschappelijks over te melden, maar even twee momenten van deze week eruit lichten hoe de chaotische bovenkamers van jongste en mezelf werken, kan natuurlijk prima. Nou is AD(h)D natuurlijk veel en veel meer dan alleen druk zijn (was jongste alleen als klein ventje, nu juist héél rustig) of chaotisch met honderdduizend gedachten, maar het is hier geen diagnose-omschrijvings-blog hè!

Ik werk ’s avonds een spijkerbroekenwas weg en leg alvast de spijkerbroek klaar die jongste het liefst aan heeft ondanks dat deze eigenlijk aan vervanging toe is. Zo gaat dat met spijkerbroeken, pas als ze tot op de draad versleten zijn, vind je het gewoon de fijnste. Naast zijn broek leg ik er eentje van mij klaar voor de andere dag en de rest ruim ik op ind e kast. Jongste stommelt ’s morgens na ontbijt de zoldertrap op en ik meld nog waar zijn broek klaar ligt. Terwijl hij zich aankleedt en naar school vertrekt, ben ik even druk en heb niet in de gaten wat er op de zolder gebeurd is. Pas als ik me aan wil kleden en met stomme verbazing naar de strijkplank sta te staren en ondertussen enorm sta te foeteren, zoek ik mijn mobiel en vraag aan jongste of zijn broek lekker zit.

Jongste reageert op zijn manier (met smiley en de opmerking dat hij inderdaad wel erg kort is) en ondertussen heb ik stoomwolken. Even voor het visuele beeld: jongste is minstens 1,85 en ik slechts 1.60). Hij durft nog te appen dat ik dan maar zijn broek aan moet doen. Oeps, dat is foute boel bij moeders. Vervolgens gaat zijn smoezenboek open; wat kan hij er aan doen, het was nog vroeg, jij zei dat hij op de strijkplank lag, ik dacht dat ik een andere broek kreeg omdat in de mijne een gat zat, ik wilde hem nog wisselen maar had geen tijd. En de limit is als ik meld dat ik nu geen broek heb, hij doodleuk meldt dat ik dan maar een jurk aan moet doen, het is tenslotte lekker weer. Oh jongste … aaaarrrrgggghhhh!

Zo werkt zijn brein dus en niet alleen ’s morgens, totale chaos en ergens wel in de gaten hebben dat het niet klopt, maar gewoon in damesmodel en zeker 25 centimeter te kort naar school vertrekken en er dan maar hoge sneakers onder doen. Maar ik kan er ook wat van hoor; ik heb mezelf aangeleerd om enorm te structureren, ben op sommige momenten heel erg blij met de hyperfocus want dat levert bijvoorbeeld erg leuke studiecijfers op, maar dat wil niet zeggen dat het in mijn hoofdkantoor ook altijd zo onder controle is.

Neem maandagavond; ik ben echt (te) moe van een week verhuizing regelen, klussen en poetsen bij oudste maar mag gezellig met oudste een avondje rocken in het Ziggo Dome wat al maanden op de planning staat (prikkels, prikkels en nog meer prikkels maar meestal heb ik dat voor zo’n avond wel over). Ik zag deze band al eens jaren geleden met jongste en ren geregeld met hen in mijn oren een rondje. Maar oudste vond ze toch ook best wel leuk. Uhhuh, maar heb je ze wel eens live gehoord want ze spelen echt niet alleen “meisjesliedjes”. Vorig jaar werd hun concert afgezegd en dacht ik dat ze het al vergeten was, maar niks van dat … we gingen gewoon weer opnieuw de wachtrij voor kaartjes in.

Ik rij de Arena in (nou eigenlijk eronder dan toch want pas echte chaos zou het zijn als ik zo op de grasmat terecht zou komen) en haal alvast een uitrijkaartje want dan hoeven we na afloop niet in de parkeerautomatenrij, want dat is zo niet mijn ding. Na einde vlucht ik altijd de concertzaal uit en neem nog net geen Speedy Gonzales sprint richting de auto en haal pas weer adem als ik ergens bij knooppunt Holendrecht op weg naar huis ben. Bij de automaat zie ik bij anderen een hoop gehannes en klik ik als volleerd concertbezoeker gelijk op de evenementenknop, schuif het parkeerkaartje erin en daarna heel enthousiast mijn pinpas. Oudste kijkt me geschokt aan (die blik … hilarisch gewoon) want ik heb mijn betaalpas dus niet in de betaalautomaat geschoven maar in de opening waar briefgeld in moet. En nog erger, ik krijg mijn pasje er met geen mogelijkheid uit. Chaos in mijn hoofdkantoor in XXL-versie en dan doe ik dus dit soort domme dingen. Ik foeter boos in mezelf, niet dat dat helpt trouwens en sta ondertussen op de annuleerknop te rammen en doe pogingen om mijn pasje terug te krijgen.

Met de pinpas kwam het na veel gedoe uiteindelijk goed (werd gewoon weer uitgespuugd), met het concert ook, met de chaos in mijn hoofdkantoor even niet; vermoeidheid zorgt altijd voor extra chaos en dus ook blunders maar achteraf kunnen we er altijd om lachen!

adhd

No mud, no lotus

blog 15.jpg

Ik doe op dit moment erg mijn best om de laatjes in mijn hoofdkantoor geordend en opgeruimd te houden en da’s lastig met alles wat er momenteel aan rotzooi in gemikt wordt. Ik weet wat het gevolg is als de laatjes zo erg uitpuilen dat ze niet meer dicht kunnen want dan gaat niet alleen de bovenkamer maar ook alles wat eronder bungelt zwaar in protest. Ken je dat, dat je veel teveel vooral nutteloze informatie opslaat? Je hebt tenslotte Google dus waarom zou je van alles onthouden? Telefoonnummers of kentekens van jaren geleden die je nog kan opdreunen is zoiets, maar ik sla nog véél meer op.

Ik doe dat al vanaf dat ik nog geluierd rondliep. Mijn kantoorkamermaatje, zo’n 15 jaar ouder, zit af en toe met totale verbazing als ik liedjes van nog ver voor of net na mijn geboorte gewoon mee kan zingen. Mijn moeder zette me in de box, radio (of nog leuker, de bandrecorder) aan en mij hoorde ze niet meer dus zij kon het hele huis doen met af en toe een blik op die blije kabouter met te grote koptelefoon op haar oortjes en dat is allemaal in het archief van mijn hoofdkantoor opgeslagen. Geen idee waarom ik alles daar archiveer, maar voor collega’s soms heel handig want ik ben bijvoorbeeld ook een wandelende encyclopedie als het om onze kandidaten gaat.

Toch ben ik druk bezig  om die laatjes zo leeg mogelijk te houden (mooie paradox!) en als eerste is daar het bullet journal en oh wat vind ik dat gaaf!  Eigenwijs tiepje dus heb er wel mijn draai aan gegeven want mijn journal is eigenlijk een verzameling post-it notities en lijstjes die normaal allemaal in mijn hoofd geplakt zitten. Door ze nu in mijn journal te noteren in soort van wekelijks structuurtje, kan elke gele post-it dus gelijk de prullenbak in, dat ruimt lekker op. Heel overzichtelijk alles bij elkaar, gezellig wat krabbels en quotes erbij want zo’n journal moet ook nog een beetje smoel hebben en voila ik vergeet zo veel minder.

Ik ging voorzichtig grassprietjes tellen en dat noemen ze dan bootcamp voor dummies en na 3,5 maand kan ik wel stellen dat ik dat echt superduper leuk vind. Een geweldige groep zonder van die egootjes die wekelijks willen laten zien dat ze de beste zijn (die zitten namelijk in de gewone groep en daar willen wij dus vooral niet in want wij zijn bijzonder haha). Wekelijks doen we ook een rondje sjoggen als training en verdorie zeg, ik loop af en toe weer bijna zoals een jaar of drie geleden. De combinatie van eindelijk (het heeft maar een jaar of 3 geduurd tenslotte) op de juiste medicatie ingesteld staan, pittig dieet, voorzichtig sporten met vooral heel veel bankbintjesmomenten lijkt alles wat onder het hoofdkantoor hangt, goed te doen met als gevolg dat tijdens die uurtjes tussen de grassprietjes of in het bos de opruimmiep buiten kantoortijden het hoofdkantoor opruimt.

20160918_124841.jpg

Maar wil ik alles in één keer opgeruimd hebben en alle troep gelijk in de shredder vernietigd hebben, dan ga ik wandelen met Pé. Soms ben ik eigenlijk te moe zoals vandaag maar Pé keek me aan en vond dat ik mijn laatjes maar eens op moest gaan ruimen en dat ging niet lukken op de bank. Een rondje bos en stukje stad werd het, inclusief een gezellige lunch op het terras. Al binnen een uur gingen de laatjes opgeruimd weer terug in de archiefkast en genoot ik van de paddenstoelen die ik tegen kwam met slechts één rood met wit geval die al kaduuk getrapt was (zo zonde!) maar het mooiste stuk bos is toch wel één van de bosvijvers waar de waterlelies nog altijd volop in bloei stonden. Ze hadden zelfs gezelschap van een schildpad die lekker in het zonnetje op een drijvende boomstam lag.

Nou Lynn, blijf even staan, maak er een mindful moment van en kijk vooral even goed om je heen, symboliek genoeg zou ik zeggen: de schildpad maakte me duidelijk dat het prima is om terug te schakelen naar de 1e versnelling in plaats van vol gas of zelfs gewoon even pas op de plaats te maken. En tsja, dan die mooie roze lotussen … met wortels in de modder als begin (en je nog onbewust bent), de steel als je levenspad en daarboven de bloem als puurheid (je bewustzijn).  Zo mooi dat innerlijk groeiproces waarbij ik steeds beter leer luisteren naar mijn intuïtie in plaats van het te negeren … en op dit moment héél erg nodig!

20160918_124841-a

Like a Lotus Flower we too have the ability to rise from the mud,  bloom out of the darkness and radiate into the word

 

Vangnet

blog 14.jpg

“Zet me maar op de trein hoor”, waren vanochtend de woorden van jongste. Ik keek naar dat te spierwitte snoetje en zag (voor zover je dat eigenlijk kunt zien) zijn bovenkamer, waar het standaard al complete chaos is, overuren maken dus niks ervan dat ik half de stad rond zou gaan rijden richting station, wat in de ochtendspits sowieso al drama is, om hem daar achter te laten zodat hij in zijn uppie verder zou moeten reizen. Terwijl ik het autootje van de ene ochtendspits naar de ochtendspits in de andere stad liet tuffen (sneller gaat tenslotte niet), lieten we het gesprek wat we net ervoor hadden gehad op ons inwerken. We sloegen de “het valt wel mee” en de “het komt wel goed kerel” maar even over want we houden beiden niet van schijnheilig gedoe.

En hoe fijn is het om een ontzettend wijs en kundig maar vooral lief mens tegenover ons te hebben (ja echt, ze bestaan nog dit soort artsen hoewel ze steeds zeldzamer lijken) die vooral observeert en tussendoor wat vragen stelt maar eigenlijk de antwoorden allang weet. Ze is vooral heel eerlijk en windt er geen doekjes om en probeert elk spreekuur weer op allerlei manieren met jongste mee te denken, legt geduldig uit wat de risico’s zijn en waarom ze voor dit behandelplan kiest ook al is jongste het niet altijd met haar eens en ook dat begrijpt ze. Ze kan geen toekomst voorspellen maar legt wel de diverse scenario’s uit.

Zo ook vandaag het scenario waar jongste op dit moment in zit want helaas blijft jongste niet stabiel, laat staan dat er sprake is van verbetering, jongste gaat in plaats daarvan achteruit. Ergens in dat neurologische systeem van hem wordt de boel behoorlijk in de war gestuurd en hij kan het inmiddels ook niet meer voor de buitenwereld verbergen. De starende blikken vanochtend in de wachtkamer waren dan ook confronterend. Hoe moeilijk moet dat voor hem zijn!

Nou kom ik niet uit een ei (hoop ik dan toch) en hoor ik soms veel zorgwekkendere berichten van collega’s, bij vriendinnen of in mijn (hele grote) familie, zelfs in blogland las ik wat, maar heeee …. dit gaat toevallig wel over mijn kind met zijn verdriet en gestruggel hierover en tuurlijk kan hij er 99 mee worden, misschien zelfs wel 100 maar als hij zo achteruit blijft gaan, is het maar de vraag of hij dit jaar door zijn examens heen gaat rollen, laat staan dat het een optie is dat hij volgend jaar aan een vervolgstudie kan beginnen. Nou zijn wij niet van die rampscenariodenkers maar moeten we volgens de doc vooral wel realistisch blijven bekijken wat haalbaar is en daar zit je zo op het einde van je puberteit, vol plannen, reizen en ideeën, natuurlijk helemaal niet op te wachten.

Wat zou ik graag zo’n vangnet voor hem zijn zoals ze in het circus bij het koorddansen hebben; je vangt hem op en als vanzelf veert hij letterlijk weer omhoog en kan weer verder want alles komt goed, maar vandaag voelt het meer als schepnet … tig onhandige pogingen doen om ‘m in het net te krijgen en houden voordat hij naar de bodem zinkt. Mag ik er dus even een pestpokkennondekanonnefukkerdedukkerkolerebaalmoment van hebben … ja dat mag … heel even dan toch 😉